Pigmenten:
Gele oker, Napels geel, Cadmiumgeel licht, Citroengeel, Cadmiumoranje, Rode oker, Engelsrood, Cadmiumrood, Vermiljoen Extra, Winsorrood, Phtaloblauw, Frans Ultramarijn, Phtalogroen, Sap groen, Permanent Mauve, Alizarin Crimson, Rauwe omber, Gebrande omber, Rauwe Sienna, Gebrande Sienna, Titaan wit, Zink wit, Loodwit en Ivoorzwart

Penselen:
Marterhaar penselen (rond) voor tekenen, de kleuren in elkaar te laten overlopen, de randen te verzachten, hoge lichten en donkerste schaduwen.
Varkenshaar penselen (plat en kattentong) voor de grote schildersoppervlakken en verf aan te brengen.

Medium:
Mijn enige medium is terpentijn, vooral in de eerste monochrome onderlaag. Soms gebruik ik standolie, alleen in de laatste laag en zo min mogelijk. Met terpentine maak ik de penselen schoon.

Drager:
Ik schilder alleen op linnendoeken.

Techniek:
Fase I (monochroom): gedetailleerde onderlaag  met terpentijn verdunde vloeibare rauwe omber.
Fase II (grisaille): toonwaarden (licht en schaduw), verhouding en vorm, voor- en achtergrond.
Fase III (kleurlaag): dekkende pigmenten met relatief laag oliegehalte.
Fase IV (glaceren): transparante pigmenten met relatief hoog oliegehalte.